Vergoeding ERE-certificaten bij thuisladen elektrische auto van dezaak vormt geen loon
- Fabiënne Hol - van Goethem

- 2 dagen geleden
- 4 minuten om te lezen
Werknemers die thuis een elektrische auto van de zaak opladen, kunnen vanaf 2026 onder voorwaarden een vergoeding ontvangen voor zogenoemde ERE-certificaten. Een van de Kennisgroepen van de Belastingdienst heeft recent aangegeven dat deze vergoeding niet als loon van de werknemer kwalificeert. Voor werkgevers is daarbij vooral van belang dat de ERE-vergoeding wél invloed kan hebben op de
berekening van de te vergoeden laadkosten.
Wat zijn ERE-certificaten?
ERE staat voor Emissiereductie-eenheid. Deze certificaten vertegenwoordigen de vermindering van CO₂- uitstoot die wordt bereikt door het gebruik van elektriciteit in plaats van fossiele brandstoffen.
Vanaf 2026 kunnen particulieren met een elektrische auto onder bepaalde voorwaarden een vergoeding ontvangen voor de elektriciteit die zij thuis via hun eigen laadpaal laden. De hoogte van de vergoeding is afhankelijk van het aantal geladen kilowatturen en de marktwaarde van de ERE-certificaten. De vergoeding
wordt uiteindelijk gefinancierd door ondernemingen die fossiele brandstoffen op de markt brengen. Ook werknemers die thuis een door hun werkgever ter beschikking gestelde elektrische auto opladen, kunnen voor de betreffende laadstroom een dergelijke vergoeding ontvangen. De vergoeding wordt dus niet door de werkgever betaald.
ERE-vergoeding is geen loon
De centrale vraag was of de vergoeding voor de ERE-certificaten loon vormt voor de loonbelasting. Volgens de Belastingdienst is dat niet het geval.
Voor de aanwezigheid van loon van de werkgever moet onder meer voldoende verband bestaan tussen het voordeel en de dienstbetrekking. Daarnaast moet het voordeel door of voor rekening van de werkgever zijn verstrekt. Aan beide voorwaarden wordt volgens de kennisgroep niet voldaan.
De vergoeding wordt niet in opdracht of voor rekening van de werkgever verstrekt. Ook behoort het voordeel volgens de kennisgroep tot de persoonlijke sfeer van de werknemer en kan het, gelet op de maatschappelijke opvattingen, niet aan de dienstbetrekking worden toegerekend.
Evenmin is sprake van loon van een derde. Daarvoor zou de vergoeding een beloning moeten vormen voor werkzaamheden die de werknemer voor de werkgever of de betalende derde heeft verricht. Het thuis opladen van de auto van de zaak is volgens de Belastingdienst geen werkzaamheid die de werknemer in zijn hoedanigheid van werknemer verricht. De werknemer handelt bij het opladen als particuliere gebruiker van het elektriciteitsnet.
De ERE-vergoeding die de werknemer ontvangt is derhalve geen loon en hoeft daardoor niet als loon in de salarisadministratie te worden verwerkt. Ook hoeft de vergoeding niet ten laste van de vrije ruimte van de werkkostenregeling te worden gebracht.
Let op bij vergoeding van de thuislaadkosten
Hoewel de ERE-vergoeding zelf geen loon vormt, kan deze wel gevolgen hebben voor de vergoeding die de werkgever aan de werknemer betaalt voor het thuisladen van de auto van de zaak.
De elektriciteitskosten die een werknemer maakt voor een auto van de zaak zijn in beginsel kosten van de werkgever. Een vergoeding van de werkelijke laadkosten kan daarom buiten de loonsfeer blijven als vergoeding van intermediaire kosten.
Daarbij moet volgens eerdere kennisgroepstandpunten worden uitgegaan van de werkelijke integrale kostprijs per kilowattuur. Deze kostprijs kan bestaan uit zowel variabele als vaste energiekosten en, afhankelijk van de omstandigheden, een evenredig gedeelte van de kosten van zonnepanelen. Een algemeen gemiddeld tarief kan niet zonder meer als onbelaste kostenvergoeding worden toegepast.
De nieuwe ERE-vergoeding verlaagt volgens de Belastingdienst in beginsel de integrale kostprijs van de geladen elektriciteit. Wanneer een werknemer bijvoorbeeld € 0,30 per kilowattuur aan integrale kosten maakt en daarnaast € 0,05 per kilowattuur aan ERE-vergoeding ontvangt, bedragen zijn resterende werkelijke kosten in beginsel € 0,25 per kilowattuur.
Vergoedt de werkgever desondanks de volledige € 0,30 als werkelijke laadkosten, dan kan sprake zijn van een vergoeding die hoger is dan de kosten die daadwerkelijk op de werknemer drukken. Het meerdere kan daardoor mogelijk in de loonsfeer terechtkomen. Het is ook mogelijk om andere afspraken over de thuis gemaakte laadkosten te maken, waarbij de ERE-vergoeding wellicht geen fiscale impact op de vergoeding heeft. De mogelijkheden en de precieze uitwerking zijn afhankelijk van de gekozen vergoedingssystematiek en de feiten en omstandigheden. Het zonder nadere onderbouwing toepassen van één standaardbedrag per kilowattuur voor alle werknemers blijft fiscaal kwetsbaar, omdat energiecontracten, vaste lasten,
zonnepanelen en ontvangen vergoedingen per werknemer kunnen verschillen.
Het is dus raadzaam om, als u als werkgever de laadkosten thuis vergoedt aan de werknemer, deze vergoeding opnieuw fiscaal te beoordelen en waar nodig/wenselijk aan te passen.
Wat betekent dit praktisch voor werkgevers?
Werkgevers met elektrische auto’s van de zaak doen er verstandig aan hun laadbeleid en
vergoedingssystematiek te beoordelen. Daarbij zijn in ieder geval de volgende punten van belang:
1. Inventariseer of werknemers een ERE-vergoeding kunnen ontvangen
2. Controleer de berekening van de laadvergoeding.
3. Maak een bewuste keuze voor de vergoedingssystematiek en onderbouw deze
4. Onderbouw marktconforme afspraken
5. Stem HR, payroll, fleet en de laadpaalprovider op elkaar af
Conclusie
Het betreft geen nieuwe wettelijke regeling of rechterlijke uitspraak, maar een gepubliceerd kennisgroepstandpunt over de uitleg van bestaande loonbelastingwetgeving. Kennisgroepstandpunten geven de uitvoeringsopvatting van de Belastingdienst weer en zijn bindend voor belastinginspecteurs.
Voor werkgevers biedt het standpunt duidelijkheid over de loonkwalificatie van de ERE-vergoeding. Tegelijkertijd ontstaat een nieuw beleidsmatig en administratief aandachtspunt: de vergoeding kan de werkelijke kostprijs van thuisgeladen elektriciteit verlagen en daarmee gevolgen hebben voor de hoogte van de laadkostenvergoeding.
Werkgevers doen er dus goed aan om te bekijken of hun beleid inzake de vergoeding van laadkosten thuis aangepast moet worden.
Werque.nu kan werkgevers ondersteunen bij het beoordelen en fiscaal juist inrichten van thuislaadvergoedingen, zakelijke doorleveringsafspraken en het bijbehorende mobiliteits- en payrollbeleid. Neem hiervoor gerust contact op met Fabiënne.
Bron: Kennisgroep loonheffing algemeen, standpunt KG:204:2026:16, gepubliceerd op 3 augustus 2026.



Opmerkingen